02 Hoe gebruik ik het hulpmiddel Variabele coördinaat?

In het hulpmiddel Variabele coördinaat kun je verschillende formules opslaan en mogelijkheden van verschillende variabelen uittesten.

Hoe maak ik een formule?

Om een formule te maken, maak je eerst een naam van een formule aan.

Een naam maken

Je maakt eerst een naam aan. Volg deze stappen om een nieuwe naam te maken:

  1. Geef eerst een naam aan je formule of coördinaat. Dit kun je handmatig invoeren door een tekst in het tekstveld te typen of je kunt een tekst plakken door op het klembord pictogram te tikken.
  2. Tik op de button met het plusteken (+) om de formule toe te voegen.

De naam verschijnt onder de tekst “Gemaakte formules.”

Schermafdruk van het startscherm van het hulpmiddel Variabele coördinaat

Een naam aanpassen, verwijderen of exporteren

Achter iedere naam staat een tandwiel pictogram. Als je hierop tikt verschijnt er een scherm met drie keuzes:

  • Formule bewerken
  • Formule verwijderen
  • Exporteer formule

Een formule bewerken

Als je de naam wilt aanpassen tik je op Formule bewerken.

Je kunt de tekst handmatig aanpassen door te typen in het tekstveld of een tekst plakken vanuit het klembord. Als je  langdurig drukt op het tekstveld verschijnt er een keuzemenu waarin de optie plakken staat.

Als je de naam hebt aangepast, tik je op het vinkje achter het tekstveld om de veranderingen te bevestigen.

Een formule verwijderen

Als je de formule of het coördinaat wilt verwijderen tik je op Formule verwijderen. Er verschijnt een vraag om je keuze te bevestigen. Tik op Ok om te verwijderen of Annuleren om de actie af te breken.

Let op! Als je een naam verwijdert, verwijder je ook de onderliggende formule of coördinaat en alle bijbehorende variabelen.

Een formule exporteren of opslaan

Met de optie Exporteer formule kun je de formule of het coördinaat op je apparaat opslaan. Je kunt kiezen om een QR code op te slaan of een tekstversie op te slaan. Als je voor Tekst kiest, kun je de tekst ook Kopiëren.

Tik vervolgens op Uitvoer opslaan. Je kunt nu de naam en de locatie aangeven en de formule opslaan.

Een formule of coördinaat koppelen aan deze naam

  1. Tik op de naam om te bewerken. Je komt nu in een nieuw scherm en ziet de naam nu bovenin je scherm.
  2. Daaronder zie je een tekstveld. Hier kun je jouw formule of coördinaat invoeren.
    Je kunt dit handmatig invoeren door de tekst te typen in het tekstveld. Je kunt een tekst plakken door langdurig op het tekstveld te drukken en vervolgens te kiezen voor “Plakken” in het menu dat verschijnt.
    Tot slot kun je jouw huidige locatie invoeren door op het pin pictogram achter het tekstveld te tikken.

Bij het gebruik van formules is het belangrijk om te begrijpen hoe je onbekende variabelen goed invoert. Net als bij een rekenmachine moet je bepaalde regels volgen.

Als je formules gebruikt is het belangrijk dat je dezelfde regels aanhoudt als je zou doen bij een rekenmachine. Zorg er ook voor dat je sub formules gebruikt om fouten te voorkomen.

Wat is een sub formule?

Een subformule is een formule die binnen een grotere formule wordt gebruikt. Op de schermafbeelding wordt de sub formule [A*(B+C)] gebruikt.

Waarom moet ik een sub formule gebruiken?

Sub formules zijn heel belangrijk wanneer je met coördinatenformules werkt. Als je ze niet gebruikt, kan de formule fouten bevatten of rare resultaten geven. Zorg ervoor dat je sub formules gebruikt zodat het coördinaat formaat goed wordt begrepen.

Stel dat de waarden A, B en C de volgende waarden hebben:

  • A = 0
  • B = 1
  • C = 2

Het resultaat van [A*(B+C)] wordt dan als volgt betekend:

(B+C) = (1 + 2) = 3
A * 3 = 0 * 3 = 0

Zonder sub formule [A*B+C] zouden we het volgende resultaat krijgen:

A * B = 0 * 1 = 0
0 + C = 0 + 2 = 2

Een projectie maken

Naast het berekenen van een formule kun je ook een projectie maken van een coördinaat.

Als je Projectie aanzet, verschijnt er een tekstveld waar je de afstand in kunt geven. Daarachter staat een keuzemenu waar je de lengte-eenheid in kunt stellen.

Onder de afstand staat een tekstveld waar je het aantal graden kunt geven.

Tot slot staat er een schuifje zodat je de projectie ook kunt omkeren.

Een variabele invoeren

Het is mogelijk om aan een variabele één waarde toe te kennen, maar ook verschillende waarden. Op deze manier kun je verschillende coördinaten krijgen en vergelijken welk coördinaat het meest waarschijnlijk is en welke waarden zullen afvallen.

In de afbeelding zie je drie voorbeelden.

  • De variabele A toont een bereikspecificatie van de getallen 1-3. Dit betekent dat A de waarde 1 tot en met 3 kan hebben.
  • De variabele B toont een expliciete specificatie van de getallen 0,7,9. Dat wil zeggen dat B de waarde 0, de waarde 7 of de waarde 9 kan hebben.
  • De variabele C toont de bereikspecificatie 3-8#3,11.  Dat wil zeggen dat het bereik 3 tot en met 8 (3-8) wordt gecontroleerd. Hierbij wordt een stapgrootte van 3 gebruikt (#3). Dit betekent dat alleen elke derde waarde wordt gecontroleerd. Dus, de gecontroleerde waarden zijn 3 en 6. Tot slot wordt 11 (,11)  nog meegenomen.

Hoe kan ik de resultaten bekijken?

Als je alle mogelijke waarden hebt gegeven of een projectie hebt gemaakt, kun je de resultaten testen.
Tik op de button met de tekst: Indienen. De mogelijke resultaten worden daarna getoond onder Uitvoer.

Ik krijg geen resultaten te zien


Soms gaat er iets mis. Bijvoorbeeld als we niet alle informatie hebben. Of als de regels niet goed worden begrepen. Hier zijn enkele problemen die kunnen gebeuren:

We hebben niet alle gegevens.

  • We schrijven sommige delen van de formule niet goed op.
  • Soms denkt de computer dat “N” en “E” (noord en oost) gewone getallen zijn, terwijl ze eigenlijk richtingen zijn. In dat geval moeten we de “N” en “E” weghalen.
  • Soms komt er iets geks uit de berekening, zoals een min-teken of een komma.
  • De computer begrijpt niet hoe de coördinaten moeten worden geschreven.

De coördinaten geven niet het resultaat van de gebruikelijke drie cijfers achter de punt bij een DMM-formaat.

Als het wel goed gaat, kan het toch zijn dat een resultaat geen complete gegevens toon. Je krijgt dan niet de gebruikelijke drie cijfers na de punt bij het DMM-formaat.

De resultaten bekijken op de kaart

Onder Uitvoer staan twee knoppen.

  • Toon op kaart: Dit toont een kaart met daarin de mogelijke resultaten.
  • Voeg resultaat toe aan Open Kaart: Hiermee worden de resultaten verstuurd naar het hulpmiddel Open Kaart. Ga naar het artikel Open kaart om meer uitleg over dit hulpmiddel te krijgen.

Een coördinaat kopiëren

Achter ieder coördinaat staat een pictogram waarmee je de waarde van dit coördinaat kunt kopiëren.

Coördinaten exporteren

Achter de tekst uitvoer staat een pictogram van een floppy disk. Als je hierop tikt krijg je een scherm met de keuze in welk formaat je het bestand wilt opslaan. Je kunt kiezen uit GPX en KML.

Als je één van deze opties kiest, kun je vervolgens een naam en een locatie geven waar het bestand moet worden opgeslagen.

Je kunt de actie afbreken door te tikken op Annuleren.